ECLI:NL:RBZWB:2014:5692
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J.M. van Lanen
- T. Peters
- J.F.I. Sinack
- Rechtspraak.nl
Beëindiging subsidierelatie jeugdzorg door gedeputeerde staten na stelselwijziging
Stichting Juvent voerde beroep aan tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zeeland (GS) om de subsidierelatie inzake jeugdzorg per 1 januari 2015 te beëindigen vanwege een stelselwijziging waarbij de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg van provincies naar gemeenten overgaat.
De rechtbank stelde vast dat de aankondiging van GS om de subsidie te beëindigen een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is en dat GS een grote beleidsvrijheid heeft bij het beëindigen van subsidies. De rechtbank oordeelde dat de stelselwijziging een veranderde omstandigheid vormt die het besluit rechtvaardigt.
Juvent stelde dat GS geen redelijke termijn in acht had genomen en dat het besluit strijdig was met het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel, maar de rechtbank vond dat de periode van ruim 24 maanden voldoende was om de gevolgen van de beëindiging te ondervangen. Ook was er geen sprake van schending van het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank concludeerde dat GS in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Juvent tegen de beëindiging van de subsidierelatie wordt ongegrond verklaard.