Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende deed op 9 maart 2012 aangifte BPM voor een BMW X6 met een opgegeven gecombineerde CO2-uitstoot van 299 gr/km, resulterend in een belastingbedrag van €12.588. De inspecteur beschikte echter over gegevens van de RDW die een hogere uitstoot van 338 gr/km aangaven. Na het uitblijven van een reactie op een verzoek om onderbouwing legde de inspecteur op 18 januari 2013 een naheffingsaanslag van €1.638 op.
Belanghebbende tekende bezwaar aan en overhandigde toen een certificaat van overeenstemming (CVO) waaruit de lagere CO2-uitstoot bleek. De inspecteur vernietigde de naheffingsaanslag maar wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af. De rechtbank oordeelt dat de noodzaak tot bezwaar voortvloeit uit het niet tijdig verstrekken van het certificaat door belanghebbende.
De rechtbank stelt dat de inspecteur niet verplicht is de juistheid van RDW-gegevens vooraf te verifiëren en dat de bewijslast bij afwijking bij belanghebbende ligt. Gezien deze omstandigheden is er geen sprake van aan de inspecteur toe te rekenen onrechtmatigheid en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen wegens het niet tijdig verstrekken van het certificaat door belanghebbende.