Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
- Of sprake is van een nieuwe feit c.q. kwade trouw waardoor navordering is gerechtvaardigd (2005).
- Of de winst van [captive] terecht is toegerekend aan belanghebbende. De bedragen van de correcties zijn als zodanig niet in geschil.
- Of de boetes terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.
4.Het deskundigenonderzoek
5.Beoordeling van het geschil
6.Proceskosten
7.Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het de navorderingsaanslag, boetebeschikking en beschikking heffingsrente over 2004 betreft;
- verklaart het beroep voor het overige gegrond;
- vernietigt de uitspraken die betrekking hebben op de jaren 2005 tot en met 2008;
- vermindert de navorderingsaanslag over 2005 tot een naar een belastbaar bedrag van € 3.187.339;
- vermindert de aanslag over 2006 tot een naar een belastbaar bedrag van € 2.603.717;
- vermindert de aanslag over 2007 tot een naar een belastbaar bedrag van € 2.135.794;
- vermindert de aanslag over 2008 tot een naar een belastbaar bedrag van
- € 1.838.328;
- vermindert de beschikkingen heffingsrente dienovereenkomstig;
- vermindert de boeten over de jaren 2005 tot en met 2008 tot € 125.000 per jaar;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van € 5.844 proceskosten;
- draagt de inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 302 aan haar te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: