ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5866
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid informatiebeschikking wegens niet-naleving inlichtingenverplichting
Belanghebbende werd door de inspecteur verzocht nadere gegevens en inlichtingen te verstrekken over aangehouden vermogen in het buitenland in verband met de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2007. Ondanks een termijn van 14 dagen reageerde belanghebbende niet op de gestelde vragen.
De inspecteur stelde daarop een informatiebeschikking vast op grond van artikel 52a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet had voldaan aan zijn verplichting om de gevraagde gegevens te verstrekken zoals voorgeschreven in artikel 47 AWR Pro. De informatiebeschikking was daarom terecht afgegeven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stelde belanghebbende alsnog een termijn van twee weken om de gevraagde informatie te verstrekken en wees proceskosten af.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 29 januari 2013 en is openbaar uitgesproken te Breda.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de informatiebeschikking terecht is afgegeven wegens niet-naleving van de inlichtingenverplichting.