Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Feiten
3.Overwegingen
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was houder van een kampeerauto en verzocht om toepassing van het bijzondere tarief motorrijtuigenbelasting. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de beschikking, waarna belanghebbende beroep instelde. De inspecteur paste vervolgens het bijzondere tarief met terugwerkende kracht toe en bood terugbetaling aan.
Belanghebbende trok het beroep onvoorwaardelijk in en verzocht om veroordeling van de inspecteur tot betaling van wettelijke rente over het terug te betalen bedrag. De rechtbank oordeelde dat de intrekking onvoorwaardelijk was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het verzoek om wettelijke rente werd toegewezen, omdat de uitspraak op bezwaar onrechtmatig was herroepen en de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW Pro toepasselijk is.
Het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding en proceskosten werd afgewezen. De rechtbank bepaalde de ingangsdatum van de rentevergoeding op 31 maart 2012, acht weken na het verzoek om het bijzondere tarief plus zes weken betalingstermijn. De uitspraak werd zonder zitting gedaan met toestemming van partijen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de inspecteur moet wettelijke rente vergoeden over het terug te betalen bedrag.