Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft in 2009 aanpassingen aan zijn eigen woning laten verrichten vanwege de handicap van de inwonende moeder van zijn partner. Hij vordert aftrek van deze kosten als buitengewone uitgaven in de inkomstenbelasting. De inspecteur betwist de aftrek omdat niet is voldaan aan de voorwaarde van een medisch voorschrift.
Tijdens de zitting overlegt belanghebbende een medische verklaring, maar de rechtbank oordeelt dat deze verklaring niet voldoet aan de wettelijke eis van een medisch voorschrift voorafgaand aan de woningaanpassingen. Belanghebbende heeft ter zitting erkend dat de aanpassingen op eigen initiatief zijn uitgevoerd zonder overleg met een arts.
De rechtbank stelt dat de bewijslast voor het medisch voorschrift bij belanghebbende ligt en dat hij hier niet in is geslaagd. Ook de heffingsrente is terecht in rekening gebracht, aangezien geen van de beginselen zoals zorgvuldigheid of vertrouwen is geschonden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen medisch voorschrift voor woningaanpassingen is aangetoond.