ECLI:NL:RBZUT:2011:BQ0410
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatig handelen advocaat bij terbeschikkingstelling derdengeldrekening
In deze civiele procedure vordert eiser schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door een advocaat en diens maatschap in verband met het gebruik van een derdengeldrekening voor een leningsovereenkomst tussen eiser en een BV. Eiser stelt dat de advocaat onzorgvuldig handelde door de derdengeldrekening beschikbaar te stellen voor geldstromen zonder advocatuurlijke toegevoegde waarde, waardoor schade is ontstaan.
De rechtbank onderzoekt de bevoegdheid en het toepasselijke recht en concludeert dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De rechtbank beoordeelt vervolgens of het handelen van de advocaat onrechtmatig was jegens eiser. Hierbij wordt overwogen dat de advocaat de overeenkomst juridisch heeft begeleid en dat er geen aanwijzingen zijn dat hij wist of behoorde te weten dat de BV haar verplichtingen niet zou nakomen.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van de derdengeldrekening in deze context niet onrechtmatig is en dat eiser onvoldoende feiten heeft gesteld om het onrechtmatig handelen te bewijzen. Ook het beroep op een tuchtrechtelijke uitspraak faalt wegens onvoldoende overeenstemming en bewijs. De vorderingen worden daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen wegens onrechtmatig handelen van de advocaat en diens maatschap worden afgewezen.