ECLI:NL:RBZUT:2010:BM2522
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van de Wetering
- Brouns
- Van der Hooft
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van voormalig leidinggevende Eco Brasil BV
De rechtbank Zutphen heeft op 27 april 2010 een uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een voormalig leidinggevende van meerdere rechtspersonen, waaronder Eco Brasil BV. Deze persoon werd veroordeeld voor medeplegen van diverse strafbare feiten, waaronder oplichting via rechtspersonen die beleggers misleidden. De rechtbank stelde vast dat hij wederrechtelijk voordeel had verkregen door geldstromen van de vennootschappen naar zijn en zijn (ex-)echtgenotes rekeningen.
De behandeling van de ontnemingsvordering startte in september 2009, met schriftelijke voorbereiding en meerdere zittingen waarbij de veroordeelde niet steeds aanwezig was, maar wel vertegenwoordigd door raadsvrouwen. De verdediging voerde onder meer een niet-ontvankelijkheidsverweer aan wegens vermeende onthouding van stukken, wat werd verworpen. Tevens werd verzocht om matiging van het ontnemingsbedrag.
De rechtbank analyseerde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij correcties werden aangebracht voor privébetalingen, salaris en zakelijke uitgaven. De totale som werd vastgesteld op €330.761,48. Een draagkrachtverweer werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat de veroordeelde niet zou kunnen betalen. De rechtbank legde hem de verplichting op dit bedrag aan de Staat te voldoen.
De uitspraak is gebaseerd op het onherroepelijke vonnis van juni 2008 waarin de strafbare feiten zijn bewezen verklaard. De rechtbank achtte het proces eerlijk en de redelijke termijn niet overschreden. De beslissing werd genomen door de meervoudige economische kamer onder voorzitterschap van Van de Wetering, met Brouns en Van der Hooft als rechters.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €330.761,48 aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.