ECLI:NL:RBZUT:2010:BL9474
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Gilhuis
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor smaad met kennelijk doel tot ruchtbaarheid
Verdachte werd beschuldigd van smaad door het openlijk tentoonstellen en verspreiden van twee foto's tijdens een besloten zitting, waarbij hij suggereerde dat de aangever op een pornografische afbeelding stond. De officier van justitie stelde dat verdachte met het tonen van de foto's en het vragen om nader onderzoek het kennelijke doel had om ruchtbaarheid te geven aan de aantijgingen.
De verdediging voerde aan dat verdachte enkel zijn kinderen wilde beschermen en dat de beschuldigingen niet bedoeld waren om de aangever in kwaad daglicht te stellen. Ook werd gesteld dat het tonen van de foto's in een besloten zitting niet gelijkstaat aan het geven van ruchtbaarheid aan de beschuldigingen.
De politierechter oordeelde dat hoewel verdachte de eer en goede naam van de aangever heeft aangetast, niet wettig en overtuigend is bewezen dat dit gebeurde met het kennelijke doel om ruchtbaarheid te geven. Jurisprudentie vereist dat ruchtbaarheid betekent dat de mededeling aan een bredere kring van willekeurige derden wordt gebracht, wat hier niet het geval was.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde smaadschrift. De rechtbank erkende wel dat het handelen van verdachte laakbaar was en mogelijk civielrechtelijke gevolgen kan hebben, maar strafrechtelijk ontbrak het bewijs voor het vereiste bestanddeel van ruchtbaarheid.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet wettig en overtuigend is bewezen dat hij het kennelijke doel had om ruchtbaarheid te geven aan smaad.