ECLI:NL:RBZUT:2009:BK7611

Rechtbank Zutphen

Datum uitspraak
24 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
106812 KG RK 09-747
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • G. Vrieze
  • A.B.A.P.M. Varenhorst
  • R.P. van Baaren
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 4.4 Wrakingsprotocol Rechtbank Zutphen
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na faillietverklaring door rechter

De Harderwijkse ondernemer diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Van Valderen, de faillissementsrechter die zijn faillissement had uitgesproken. Dit verzoek werd gedaan nadat de rechter al duidelijk had gemaakt dat hij het faillissement zou uitspreken. De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet bedoeld is om een onwelgevallige uitspraak teniet te doen, zeker niet wanneer hoger beroep nog openstaat.

Tijdens de zitting op 26 oktober 2009 werd vastgesteld dat het wrakingsverzoek te laat was ingediend, omdat de faillietverklaring al was uitgesproken. De wrakingskamer baseerde zich hierbij op jurisprudentie van de Hoge Raad en het Wrakingsprotocol van de Rechtbank Zutphen.

Na behandeling van het wrakingsverzoek en het verweer van de betrokken rechters, concludeerde de wrakingskamer dat de ondernemer niet-ontvankelijk was in zijn verzoek. De beslissing werd op 24 december 2009 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening na faillietverklaring.

Uitspraak

RECHTBANK ZUTPHEN
Meervoudige wrakingskamer
Zaaknummer: 106812 KG RK 09-747
Datum beslissing: 24 december 2009
Beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering gedaan door:
[verzoeker]
wonende te Harderwijk,
strekkende tot wraking van
mr. R.M.A.G. van Valderen,
vice-president bij deze rechtbank.
1. Het procesverloop
1.1 Op 6 oktober 2009 heeft mr. Van Valderen een verzoek dat strekte tot faillietverklaring van [verzoeker], verder te noemen ‘[verzoeker]’, behandeld. Op die terechtzitting van 6 oktober 2009 heeft [verzoeker] een mondeling wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Van Valderen. Mr. Van Valderen heeft niet in de wraking berust, schriftelijk verweer gevoerd en aangekondigd dat hij ter zitting van de wrakingskamer zou verschijnen.
1.2 Tijdens de openbare behandeling van het wrakingsverzoek van [verzoeker] op 26 oktober 2009, waarvan proces-verbaal is opgemaakt, heeft mr. Van Valderen de leden van de meervoudige wrakingskamer mrs. Vrieze, Varenhorst en Van Baaren mondeling gewraakt. Bij e-mail van 27 oktober 2009 en bij brief van 28 oktober 2009 heeft mr. Van Valderen zijn verzoek tot wraking met feiten en omstandigheden onderbouwd.
1.3 Mrs. Vrieze, Varenhorst en Van Baaren hebben niet in de wraking berust en zij hebben bij schrijven van 17 november 2009 schriftelijk verweer gevoerd tegen het wrakingsverzoek.
1.4 Het wrakingsverzoek van mr. Van Valderen is behandeld ter openbare terechtzitting van de wrakingskamer van 19 november 2009. Ter zitting zijn verschenen: mr. Van Valderen, mrs. Vrieze en Varenhorst en [verzoeker]. Mr. Van Baaren heeft bericht dat hij niet in de gelegenheid was om te verschijnen.
1.5 Ter zitting van 19 november 2009 heeft mr. Van Valderen het wrakingsverzoek, voor zover gericht tegen mrs. Varenhorst en Van Baaren, ingetrokken. Het wrakingsverzoek is derhalve slechts gericht tegen mr. Vrieze, voorzitter van de wrakingskamer.
1.6 Bij beschikking van 1 december 2009 is het verzoek van mr. Van Valderen niet-ontvankelijk verklaard.
1.7 Op 21 december 2009 is de behandeling van 26 oktober 2009 voortgezet in de stand waarin deze zich op dat moment bevond. Zowel wraker als de gewraakte rechter heeft zijn standpunt aan de hand van een pleitnota toegelicht.
Na mondelinge re- en dupliek is de uitspraak bepaald op heden.
2. De beoordeling van het verzoek
2.1 De wrakingskamer ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of [verzoeker] in zijn verzoek tot wraking kan worden ontvangen.
2.2 Blijkens de uitspraak van de Hoge Raad van 18 december 1998, LJN AD2977, NJ 1999/271 kan een wrakingsverzoek worden ingediend in elke stand van het geding - mits vóór de einduitspraak. De Hoge Raad overwoog daartoe dat “Aangezien de wet niet voorziet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechters die deze uitspraak hebben gedaan, verzoeker ook om die reden niet-ontvankelijk (is) in dit wrakingsverzoek.”
Vorenstaand uitgangspunt is ook opgenomen in artikel 4.4 van het Wrakingsprotocol Rechtbank Zutphen, zoals vastgesteld in de bestuursvergadering van 19 juni 2007.
2.3 De wrakingskamer stelt vast dat het wrakingsverzoek van [verzoeker] is gedaan nadat de faillietverklaring door mr. Van Valderen was uitgesproken. De wrakingskamer neemt daarbij in aanmerking dat de uitlating van mr. Van Valderen tijdens de eerste behandeling van het wrakingsverzoek ter zitting van 26 oktober 2009 “Ik heb het faillissement uitgesproken; toen hoorde ik daarna de wraking”, volgens het proces-verbaal van die wrakingszitting onweersproken is gebleven blijkens de reactie van [verzoeker] dat hij niet weet of het woord “faillissement” al gevallen was toen hij wraakte: “de rechter draaide weer weg van de microfoon. Ik kan daarom niet uitsluiten dat hij het woord “faillissement” al uitsprak“.
2.4 Het wrakingsverzoek is - gelet op het vorenstaande - te laat ingediend. De wrakingskamer overweegt daarbij dat een wrakingverzoek nimmer het effect mag hebben een voor betrokkene negatief blijkende uitspraak (voorlopig) teniet te doen, temeer waar hoger beroep open staat.
2.5 De wrakingskamer komt tot de slotsom dat [verzoeker] niet kan worden ontvangen in zijn verzoek tot wraking van mr. Van Valderen.
3. De beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beslissing is gegeven te Zutphen door mrs. G. Vrieze, A.B.A.P.M. Varenhorst en
R.P. van Baaren en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 december 2009.