ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ3219
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Brouns
- Van de Wetering
- Draisma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor niet-emissiearm uitrijden van mest door rundveehouder ondanks bewezen overtreding
Een Larense rundveehouder werd vervolgd voor het niet emissiearm uitrijden van dierlijke mest op drie momenten tussen 2006 en 2008, in strijd met artikel 5 lid 1 van Pro het Besluit gebruik meststoffen. De verdachte gebruikte de FIR-methode, die volgens deskundigen mogelijk beter ammoniakemissie beperkt dan de voorgeschreven methode, maar niet officieel erkend is.
De rechtbank onderzocht of de officier van justitie ontvankelijk was, gelet op lopende beleidsevaluaties door het ministerie van Landbouw. De minister gaf aan geen algemene vrijstelling voor FIR te verlenen, waardoor vervolging gerechtvaardigd bleef. De verdediging voerde afwezigheid van materiële wederrechtelijkheid aan, omdat de methode wetenschappelijk als juist werd beschouwd, maar de rechtbank oordeelde dat de FIR-methode controversieel is en dit verweer faalde.
De rechtbank verklaarde de feiten bewezen en strafbaar, maar besloot geen straf op te leggen. Dit vanwege het ontbreken van persoonlijk gewin, de overtuiging van de verdachte dat haar methode milieutechnisch beter was, en het feit dat zij door haar werkwijze een aanzienlijk subsidiebedrag misliep. De rechtbank achtte strafoplegging in dit geval niet doelmatig.
Uitkomst: Verdachte is strafbaar verklaard maar er is geen straf opgelegd vanwege het ontbreken van persoonlijk gewin en het milieudoel van de FIR-methode.