Uitspraak
[requirant], veearts, geboren [geboortedatum] 1887 te
[geboorteplaats], wonende te
[woonplaats], requirant van cassatie tegen een te zijnen laste gewezen arrest van het Gerechtshof te
Amsterdamvan den vijf en twintigsten November 1932, waarbij in hooger beroep — na verwijzing der zaak bij 's Hoogen Raads arrest van 27 Juni 1932 — met vernietiging van een door het Kantongerecht te
Hilversumop 17 Juli 1931 mondeling bij verstek gewezen vonnis en van een door dat Kantongerecht op 9 Oktober 1931 na verzet gegeven mondelinge uitspraak, houdende bekrachtiging van genoemd verstekvonnis, requirant, ter zake van: ‘’het opzettelijk vee in verdachten toestand brengen’’, met aanhaling van de artikelen 82, 85 der Veewet, 1 d van het Koninklijk Besluit van 25 April 1922 (Staatsblad 220), 23 en 91 van het Wetboek van Strafrecht, is veroordeeld tot een geldboete van vijftig cent en één dag vervangende hechtenis.
TAVERNE;
Procureur-Generaalin zijne conclusie, strekkende tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing der zaak naar een aangrenzend Gerechtshof, ten einde haar op het bestaande hooger beroep te berechten en af te doen;
eerstecassatiemiddel:
tweedemiddel van cassatie en
ambtshalve:
's-Gravenhageter berechting en afdoening op het bestaande hooger beroep.