ECLI:NL:RBZUT:2008:BC8019
Rechtbank Zutphen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks prenatale erkenning ter verkrijging nationaliteit minderjarige
De vrouw verzoekt de rechtbank om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man ten behoeve van hun minderjarige zoon, die een onbekende nationaliteit heeft en met uitzetting wordt bedreigd. Hoewel de man de minderjarige al prenataal heeft erkend, waardoor volgens artikel 1:207 lid 2 onder Pro a BW gerechtelijke vaststelling normaal niet mogelijk is, oordeelt de rechtbank anders vanwege het belang van het kind.
De rechtbank overweegt dat het weigeren van gerechtelijke vaststelling in dit geval ertoe leidt dat de minderjarige geen Nederlandse of bekende nationaliteit kan verkrijgen binnen redelijke termijn, wat strijdig is met artikel 7 van Pro het Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK). Daarom laat de rechtbank artikel 1:207 lid 2 onder Pro a BW buiten toepassing en verklaart de vrouw ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank stelt het vaderschap van de man vast, ondanks zijn eerdere erkenning, en ziet geen aanleiding tot DNA-onderzoek omdat het vaderschap niet in geschil is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en een beslissing op kosten wordt achterwege gelaten omdat er geen tegenpartij is.
Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt toegewezen ondanks prenatale erkenning, om verkrijging Nederlandse nationaliteit minderjarige mogelijk te maken.