ECLI:NL:GHARN:2007:BA4885
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- C.G. ter Veer
- De Vries Robbé-de Roy van Zuydewijn
- Wammes
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks erkenning na geboorte
In deze zaak gaat het om de vraag of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap mogelijk is nadat de man het kind na de geboorte heeft erkend. De rechtbank had dit verzoek afgewezen, stellende dat erkenning het vaderschap vaststelt en gerechtelijke vaststelling dan niet mogelijk is. Het hof volgt deze redenering niet en oordeelt dat artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro niet uitsluit dat het vaderschap alsnog gerechtelijk wordt vastgesteld.
Het hof benadrukt dat het onderscheid tussen erkenning vóór en na de geboorte niet mag leiden tot ongerechtvaardigde discriminatie, mede gelet op internationale verdragen zoals het EVRM en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Het belang van het kind staat centraal, vooral omdat gerechtelijke vaststelling leidt tot directe verkrijging van de Nederlandse nationaliteit, wat bij erkenning na geboorte pas na drie jaar verzorging geldt.
Daarom beveelt het hof een deskundigenonderzoek naar het biologische vaderschap, onder leiding van een raadsheer-commissaris, en houdt het verdere besluit aan totdat het onderzoek is afgerond. De kosten van het onderzoek worden voorlopig ten laste van de staat gebracht.
Uitkomst: Het hof beveelt deskundigenonderzoek naar het biologische vaderschap en houdt verdere beslissing aan.