ECLI:NL:RBZLY:2012:BV7914
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag op woning wegens belemmering verkoop en nalatenschapsverdeling
In deze zaak vorderde eiser op grond van een kort geding dat Rabobank het conservatoir beslag op een woning zou opheffen. De woning maakt onderdeel uit van een onverdeelde nalatenschap waarin de vader en moeder van eiser en gedaagde sub 2 zijn vermoord. Rabobank had beslag gelegd op het aandeel van gedaagde sub 2 in deze woning.
Eiser stelde dat het beslag de verkoop van de woning ernstig belemmert, mede doordat de woning moeilijk verkoopbaar is vanwege de tragische omstandigheden en het zichtbare beslag in het openbare register. Rabobank stelde dat het beslag rechtmatig was en dat zij alleen bereid was het beslag op te heffen bij verkoop en indien bleek dat gedaagde sub 2 niets toekomt uit de nalatenschap.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beslag een derde, te weten eiser, treft die geen schuldenaar is van Rabobank. De belangenafweging wees uit dat het belang van eiser bij opheffing van het beslag zwaarder weegt dan het belang van Rabobank bij handhaving, mede omdat Rabobank haar vordering niet had onderbouwd en eiser bereid was tot afspraken om de rechten van Rabobank te waarborgen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en Rabobank werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir beslag van Rabobank op de woning wordt opgeheven en Rabobank wordt veroordeeld in de proceskosten.