ECLI:NL:RBZLY:2010:BN0412
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- J. van der Hulst
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid procesadvocaat wegens verzuim hoger beroep en nalatigheid
Eiseres sub 1 en eiser sub 2 vorderen in kort geding betaling van schadevergoeding van hun voormalige procesadvocaat [C], wegens diens verzuim om tijdig hoger beroep in te stellen in meerdere procedures. Tevens vorderen zij dat [C] zich niet uit lopende zaken mag terugtrekken. [C] vordert in reconventie betaling van openstaande derdennota’s.
De rechtbank bespreekt afzonderlijk drie zaken waarin [C] als procesadvocaat optrad. In de zaak met oud-cliënten [D] en [E] is schade niet aannemelijk gemaakt omdat onvoldoende bewijs is geleverd over de mogelijke uitkomst van de bodemprocedure als hoger beroep was ingesteld. In de zaak tegen verzekeraar [F] is erkend dat [C] de appel niet tijdig heeft aangebracht, maar ook hier ontbreekt voldoende bewijs om de kans op succes in hoger beroep te beoordelen. In de zaak met cliënt [G] is vastgesteld dat [C] te laat een herzieningsverzoek heeft ingediend en de comparitie niet tijdig heeft aangehouden, wat schade kan opleveren, maar ook hier ontbreekt een concrete schadevaststelling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestaan en de omvang van de schadevordering onvoldoende aannemelijk zijn en wijst de vorderingen van eiseres af. De vordering dat [C] zich niet mag terugtrekken wordt eveneens afgewezen omdat de meeste zaken reeds zijn overgedragen. In reconventie wordt [A] c.s. veroordeeld tot betaling van EUR 4.424,32 aan [C] voor voorschotten en derdenkosten. Proceskosten worden aan de zijde van [A] c.s. toegewezen aan [C].
Uitkomst: Vorderingen van eiseres wegens aansprakelijkheid advocaat worden afgewezen; eiseres wordt veroordeeld tot betaling van voorschotten aan advocaat.