ECLI:NL:HR:2002:AE9243
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verjaring bij medische beroepsfout en erkenning door verzekeraar
In deze zaak vordert de benadeelde schadevergoeding wegens een medische beroepsfout door de arts. De arts verweert zich onder meer met verjaring van de vordering. De rechtbank en het hof oordelen dat de verjaring is gestuit door een erkenning van aansprakelijkheid door de verzekeraar van de arts, Winterthur, op basis van correspondentie en een medisch rapport van een onafhankelijke specialist.
De Hoge Raad bevestigt dat een erkenning van aansprakelijkheid door een vertegenwoordiger, zoals een verzekeraar, rechtsgeldig de verjaring kan stuiten. Ook is geoordeeld dat deze erkenning inhoudt dat de aansprakelijkheid en de verplichting tot schadevergoeding vaststaan, hoewel de omvang van de schade nog niet is vastgesteld.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de bewijslast voor het aantonen van toekomstige inkomensschade bij de benadeelde ligt. Het hof heeft ten onrechte de bewijslast omgekeerd, maar dit leidt niet tot vernietiging van het arrest omdat het dictum alleen een comparitie van partijen gelastte.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere oordelen over aansprakelijkheid en verjaring, en veroordeelt de arts in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de erkenning door de verzekeraar de verjaring stuit en dat de bewijslast voor toekomstige inkomensschade bij de benadeelde ligt.