ECLI:NL:RBZLY:2010:BL0950
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorschot schadevergoeding asbestzieke werknemer wegens onvoldoende bewijs blootstelling
Een werknemer lijdt aan maligne mesothelioom veroorzaakt door asbestblootstelling tijdens dienstverbanden bij twee werkgevers. Hij vordert een voorschot op immateriële en materiële schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht volgens artikel 7:658 BW Pro.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tegen de oudste werkgever wordt afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de werknemer tijdens zijn werkzaamheden aan asbest is blootgesteld. De bewijsvoering, waaronder getuigenverklaringen, is onvoldoende overtuigend.
Ten aanzien van de jongere werkgever acht de rechtbank de blootstelling aan asbest wel aannemelijk, maar wijst de vordering af omdat deze werkgever niet verwijtbaar kan worden gehouden voor de blootstelling. De werkgever was destijds niet bekend met de risico’s van chrysotiel (witte asbest) en kon geen verwijt worden gemaakt dat zij geen veiligheidsmaatregelen trof.
De vorderingen in de vrijwaringszaken tussen de werkgevers worden eveneens afgewezen wegens het wegvallen van de grondslag. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van blootstelling en verwijtbaarheid; hij wordt veroordeeld in de proceskosten.