ECLI:NL:RBZLY:2006:BA8772
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opheffing schorsende werking tenuitvoerlegging dwangbevel milieu
De zaak betreft een geschil tussen een afvalverwerkend bedrijf en de Provincie Overijssel over de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. De provincie had een last onder dwangsom opgelegd wegens overtredingen van milieuregels en wilde de schorsende werking van het verzet tegen het dwangbevel opheffen om de invordering spoedig voort te zetten.
De rechtbank stelt vast dat het verzet tegen het dwangbevel de tenuitvoerlegging schorst op grond van artikel 5:26 lid 4 AWB Pro. De provincie voerde aan dat zij jarenlang handhavend optreedt en vreest dat het bedrijf verhaalsobjecten zal verkopen, waardoor verhaal wordt onttrokken. De rechtbank oordeelt echter dat deze belangen niet zwaarwegend genoeg zijn om de schorsing op te heffen, mede omdat de provincie zelf ruim de tijd heeft genomen voor haar reactie en geen concrete feiten heeft gesteld ter onderbouwing van haar vrees.
De rechtbank concludeert dat het belang van rechtsbescherming van het bedrijf prevaleert boven het belang van rechtshandhaving van de provincie en wijst het verzoek tot opheffing van de schorsende werking af. De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: Het verzoek van de provincie tot opheffing van de schorsende werking van het verzet tegen het dwangbevel wordt afgewezen.