ECLI:NL:RBUTR:2012:BZ2706
Rechtbank Utrecht
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- K.J. Veenstra
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- Rechtspraak.nl
Beoordeling AOW-verzekering tijdens verblijf in België en Luxemburg
Eisers voerden beroep aan tegen besluiten waarbij hun AOW-pensioen werd gekort vanwege niet-verzekerde periodes in het buitenland. De rechtbank stelde vast dat eisers tijdens periode 2 in België verbleven vanwege militaire dienstplicht en dat België als verzekeringsland geldt volgens Verordening 1408/71. Over periode 3 woonden zij in Luxemburg vanwege werkzaamheden bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
De rechtbank oordeelde dat eisers over deze periodes terecht niet als ingezetenen van Nederland werden aangemerkt en dat de kortingen op het AOW-pensioen daarom inhoudelijk juist waren. Het beroep op het vrij verkeer van werknemers en het EVRM werd verworpen, evenals andere aangevoerde gronden zoals het arrest My en het billijkheidsbeginsel.
Wel werd vastgesteld dat de bestreden besluiten een motiveringsgebrek vertoonden omdat verweerder niet adequaat op de bezwaren was ingegaan, hetgeen strijdig is met artikel 7:12 Awb Pro. De rechtbank vernietigde daarom de besluiten, maar liet de rechtsgevolgen op grond van artikel 8:72 Awb Pro in stand. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eisers vergoed en een geringe proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de inhoudelijke korting op het AOW-pensioen blijft in stand.