ECLI:NL:RBUTR:2012:BW8600
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onjuiste belangenafweging en strijd met bestemmingsplan
De rechtbank Utrecht behandelde het beroep tegen een omgevingsvergunning verleend aan vergunninghouder voor een uitbouw die in strijd is met het bestemmingsplan. Eisers maakten bezwaar tegen het besluit, waarbij onder meer de vraag speelde of zij belanghebbenden waren en of de vergunning terecht was verleend.
De rechtbank oordeelde dat eisers, waaronder familie [eiser 3], wel degelijk belanghebbenden zijn omdat zij zicht hebben op het bouwplan en dichtbij wonen. De vergunning was gebaseerd op een onjuiste splitsing van het bouwplan in een vergunningvrije activiteit en een strijdigheid met het bestemmingsplan, terwijl het bouwplan integraal aan artikel 2.10 Wabo getoetst had moeten worden.
Voorts concludeerde de rechtbank dat de belangenafweging door verweerder onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat de omvang van de uitbouw ruim boven het bestemmingsplan uitgaat en de effecten op lichtinval en uitzicht onvoldoende zijn meegewogen. De beleidsregel waarop verweerder zich beroept, laat ruimte voor een specifieke belangenafweging, die niet is gemaakt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf verweerder de gelegenheid binnen acht weken de gebreken te herstellen door een nieuwe beslissing te nemen met een zorgvuldige belangenafweging en welstandstoets. De procedure werd aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt gelegenheid het besluit binnen acht weken te herstellen.