ECLI:NL:RBUTR:2010:BM1861
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Letselschadevergoeding predikant na verkeersongeval met whiplash en arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een predikant die op 25 november 1999 betrokken was bij een verkeersongeval waarbij hij een whiplash opliep en arbeidsongeschikt raakte. Hij ontvangt sindsdien een emeritaatsuitkering en werkt 16 uur per week als docent en voor kerkelijke werkzaamheden. De verzekeraar van de aansprakelijke partij, ZLM, betoogt dat bij schadevaststelling moet worden uitgegaan van het hogere salaris dat het slachtoffer als docent zou kunnen verdienen, en dat dit inkomen in mindering moet worden gebracht op de uitkeringen.
De rechtbank stelt vast dat het hogere hypothetische salaris in mindering zou worden gebracht op de emeritaatsuitkering, waardoor de schade niet lager wordt. Daarom heeft de verzekeraar geen belang bij haar reconventionele vordering en wordt deze niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van de verzekeraar op onvoldoende inzet van het slachtoffer voor herstel en op eigen schuld wordt verworpen, mede omdat het slachtoffer langdurige behandeling en training ondergaat.
Verder oordeelt de rechtbank dat het slachtoffer redelijkerwijs tot zijn pensioen als predikant zou hebben gewerkt, en dat de verzekeraar onvoldoende heeft gemotiveerd dat de schadeperiode beperkt moet worden tot 2017. De rechtbank verwijst de zaak naar de parkeerrol voor verdere afwikkeling en verwacht dat partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen.
Uitkomst: Verzekeraar wordt niet-ontvankelijk verklaard in reconventionele vordering en beroep op eigen schuld afgewezen; schadevergoeding vastgesteld op basis van werkelijke inkomenssituatie.