ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7332
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onroerende zaakbelasting verpleeghuis: woonfunctie ondergeschikt aan verpleegfunctie
Eiseres, eigenaar en gebruiker van een verpleeghuis, stelde beroep in tegen de beschikking van de gemeente Houten waarin een aanslag onroerende zaakbelasting werd opgelegd op basis van een heffingsmaatstaf van €7.830.000.
Eiseres betoogde dat het verpleeghuis een gemengd object is met zowel woon- als zorgfuncties, en dat de heffingsmaatstaf verlaagd moest worden tot €4.306.500, gebaseerd op een uitsplitsing van de WOZ-waarde in woon- en niet-woonwaarden. Verweerder stelde dat het object planologisch bestemd is voor bijzondere doeleinden en dat de zorgfunctie dominant is, waarbij de woonfunctie ondergeschikt is.
De rechtbank overwoog dat planologische bestemming geen doorslaggevende rol speelt bij de heffingsmaatstaf en stelde vast dat de feitelijke situatie kenmerkt dat de kamers niet afsluitbaar zijn, bewoners niet vrij kunnen bewegen, en de zorgfunctie dominant is. De woonfunctie is ondergeschikt aan de verpleegfunctie.
Daarom is artikel 220e van de Gemeentewet niet van toepassing en is de heffingsmaatstaf van verweerder terecht vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag onroerende zaakbelasting is ongegrond verklaard en de heffingsmaatstaf is bevestigd.