ECLI:NL:RBUTR:2009:BK6988
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en matiging boetebeding in koopovereenkomst vrijstaand landhuis
Partijen sloten een koopovereenkomst voor een vrijstaand landhuis met een koopprijs van €1.965.000,00. De koper stelde niet tijdig de vereiste bankgarantie en leverde niet, waarna de verkoper de overeenkomst ontbond en aanspraak maakte op contractuele boetes en schadevergoeding.
De koper voerde overmacht aan wegens oplichting door adviseurs, maar de rechtbank oordeelde dat dit risico voor zijn rekening komt en dat hij toerekenbaar tekort is geschoten. De rechtbank stelde vast dat slechts één boeteclausule van toepassing is, waarbij gekozen moest worden voor de boete wegens nakoming (artikel 10.3) en niet voor de boete wegens ontbinding (artikel 10.2).
De rechtbank matigde de boete van ruim €1,6 miljoen tot €300.000,00 wegens een disproportionele verhouding tussen boete en daadwerkelijke schade (€205.000,00). Tevens werd rekening gehouden met het feit dat ontbinding pas na lange tijd werd ingeroepen. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de datum van ontbinding. De proceskosten werden aan de koper opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank matigt de boete tot €300.000,00 en veroordeelt de koper tot betaling hiervan met rente en proceskosten.