ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7648
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling en levering van voormalige echtelijke woning na ontbinding huwelijksgemeenschap
Partijen waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 1999 gescheiden. In een echtscheidingsconvenant is de woning, spaarhypotheek en levensverzekering aan de vrouw toegedeeld, met afspraken over de hypothecaire verplichtingen en kostenverdeling.
Na de echtscheiding bleven partijen samenwonen tot 2006, waarna de vrouw met hun dochter in de woning bleef wonen. De man vorderde onder meer vernietiging van de verdeling op grond van het convenant wegens vermeend bedrog en misbruik van omstandigheden, en een herverdeling waarbij hij een deel van de overwaarde en poliswaarden zou ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat de rechtsvordering tot vernietiging is verjaard en dat toepassing van het convenant niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De stellingen van bedrog en misbruik zijn onvoldoende onderbouwd. De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de levering van de woning aan de vrouw, waarbij het vonnis in de plaats treedt van zijn wilsverklaring indien hij weigert mee te werken.
Uitkomst: De vorderingen van de man worden afgewezen en hij wordt veroordeeld tot medewerking aan de levering van de woning aan de vrouw.