ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0390
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis ontruiming woning bij onbekende verblijfplaats in buitenland
In deze zaak heeft de kantonrechter beoordeeld of het verzet van de opposerende partij tegen een verstekvonnis ontvankelijk is. De opposerende partij was ontruimd uit zijn woning en verbleef mogelijk in het buitenland, waardoor de vraag speelde of de verzettermijn van vier weken verlengd moest worden tot acht weken op grond van artikel 143 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.
De kantonrechter stelde vast dat de opposerende partij tot de dag van ontruiming woonplaats had op het ontruimde adres, maar vanaf dat moment geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland meer had. Er was echter geen bewijs dat een bekende verblijfplaats in het buitenland bestond op het moment dat de verzettermijn begon te lopen. Hierdoor kon de verzettermijn niet worden verlengd.
Daarnaast werd overwogen dat toepassing van de normale verzettermijn in deze omstandigheden zou leiden tot een oneerlijk proces in strijd met artikel 6 EVRM Pro, omdat het instellen van verzet feitelijk onmogelijk zou zijn geweest. De kantonrechter concludeerde dat het verzet ontvankelijk is en verwees de zaak naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het verzet tegen het verstekvonnis is ontvankelijk verklaard en de zaak is verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.