ECLI:NL:RBUTR:2008:BC9917
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- D.A.C. Koster
- R.P.G.L.M. Verbunt
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken overtuiging mensenhandel bij prostitutie
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel in de prostitutie. De tenlastelegging betrof het uitbuiten van een vrouw die werkzaam was in de prostitutie onder dwangomstandigheden.
Tijdens de zittingen gaf de betrokken vrouw meerdere verklaringen af. Hoewel zij aanvankelijk een belastende verklaring had afgelegd, trok zij deze later in en verklaarde zij vervolgens in volle vrijheid en met grote stelligheid dat zij zich bewust was van de aard van haar werk en dat zij niet onder dwang of uitbuiting werkte. De rechtbank hechtte hieraan grote waarde.
De rechtbank constateerde dat er geen aanvullend bewijs was dat de vrouw onvrijwillig werkte of onder dwang werd gehouden. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs en de verklaringen van de vrouw, kon de rechtbank niet vaststellen dat sprake was van mensenhandel. Daarom sprak zij verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en hief zij het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan overtuigend bewijs voor mensenhandel.