ECLI:NL:RBUTR:2003:AN7865
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F. Bandringa
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- M.P. Gerrits-Janssens
- Rechtspraak.nl
Recht op bevallingsuitkering bij vroeggeboorte van levenloos geboren tweeling
Eiseres, een zelfstandige, vroeg een bevallingsuitkering aan op grond van de WAZ na de geboorte van een levenloos geboren tweeling bij 23 weken en drie dagen zwangerschap. Verweerder weigerde de uitkering omdat volgens de gehanteerde standaard een bevalling pas wordt erkend bij een zwangerschap van minimaal 24 weken.
De rechtbank onderzocht de definitie van bevalling binnen de WAZ en concludeerde dat de wet geen minimale zwangerschapsduur vermeldt. Medische terminologie definieert bevalling vanaf 16 weken zwangerschap, waarbij ook vroegtijdige bevallingen vallen. De rechtbank vond dat het beleid van verweerder onvoldoende rekening houdt met de gezondheid van de moeder, een belangrijk doel van de uitkering.
De rechtbank oordeelde dat eiseres recht heeft op de bevallingsuitkering omdat zij volgens medische terminologie is bevallen, ondanks dat de kinderen levenloos waren en de zwangerschap korter dan 24 weken duurde. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Rechtbank oordeelt dat eiseres recht heeft op bevallingsuitkering ondanks vroeggeboorte en vernietigt het bestreden besluit.