ECLI:NL:CRVB:2005:AT6654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Weigering bevallingsuitkering bij zwangerschap korter dan 24 weken conform Lisv-standaard
Gedaagde, een zelfstandige, verzocht om een bevallingsuitkering na een tweelingzwangerschap die eindigde na 23 weken en drie dagen met levenloze geboorte. Appellant, het UWV, weigerde de uitkering omdat de zwangerschap minder dan 24 weken duurde, conform de Lisv-standaard die als objectieve norm geldt voor de uitvoering van de WAZ.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat er sprake was van een bevalling in de zin van artikel 22 WAZ Pro, mede op basis van een verklaring van de gynaecoloog. In hoger beroep stelt appellant dat de grens van 24 weken medisch en uitvoeringspraktisch is vastgesteld, waarbij levensvatbaarheid van het kind centraal staat. De Raad bevestigt dat de wetgever met de bevallingsuitkering niet alleen de gezondheid van het kind maar ook die van de moeder wil beschermen, maar dat de Lisv-standaard een redelijke en aanvaardbare uitleg geeft.
De Raad overweegt dat de grens van 24 weken breed gedragen is in de medische wetenschap en dat afwijkingen alleen in uitzonderlijke gevallen door een verzekeringsarts kunnen worden toegestaan. De verklaring van de gynaecoloog is onvoldoende om af te wijken van deze norm. De emotionele impact van de situatie wordt erkend, maar verandert niets aan de juridische beoordeling.
De Centrale Raad vernietigt het eerdere vonnis en verklaart het beroep van appellant ongegrond, waarmee de weigering van de bevallingsuitkering standhoudt.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde op een bevallingsuitkering wordt afgewezen omdat de zwangerschap minder dan 24 weken duurde, conform de Lisv-standaard.