ECLI:NL:RBSHE:2010:BN8193
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.C.M. Schoemaker
- D.J. Hutten
- J.H.L.M. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid burgemeester tot sluiting niet voor publiek toegankelijke lokalen met handelshoeveelheid hennep
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de burgemeester van 's-Hertogenbosch een loods met twee zeecontainers gesloten wegens de aanwezigheid van 2200 oogstrijpe hennepplanten, een hoeveelheid die als handelshoeveelheid wordt aangemerkt. De sluiting werd opgelegd op grond van artikel 13b van de Opiumwet, dat sinds 2007 ook niet voor publiek toegankelijke lokalen omvat.
Eiser betwistte de bevoegdheid van de burgemeester en stelde dat er geen sprake was van handel, slechts van hennepteelt, en dat het besluit disproportioneel was. Ook voerde hij aan dat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met zijn belangen en dat de besluitvorming onzorgvuldig was.
De rechtbank overweegt dat de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State omtrent de interpretatie van "daartoe aanwezig zijn" ook geldt voor niet voor publiek toegankelijke lokalen. De enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs is voldoende voor bevoegdheid tot sluiting, zonder dat daadwerkelijke verkoop bewezen hoeft te worden.
Verder acht de rechtbank de loods met zeecontainers als één geheel, waardoor sluiting van de gehele locatie gerechtvaardigd is. De rechtbank oordeelt dat het tijdsverloop tussen constatering en besluit geen rechtsverwerking oplevert en dat het handhavingsbeleid van de gemeente niet onredelijk is. De financiële gevolgen voor eiser vormen geen bijzondere omstandigheid die afwijking van het beleid rechtvaardigt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot sluiting van de loods met zeecontainers wordt gehandhaafd.