ECLI:NL:RVS:2010:BO5688
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting loods op grond van Opiumwet
Bij besluit van 8 december 2009 heeft de burgemeester van 's-Hertogenbosch de loods met zeecontainers bij een pand in de stad voor de duur van een jaar gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De burgemeester verklaarde het bezwaar van de wederpartij tegen dit besluit op 23 maart 2010 ongegrond. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond bij uitspraak van 24 september 2010.
De verzoeker stelde vervolgens bij de Raad van State hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 11 november 2010 verschenen de verzoeker en de burgemeester, vertegenwoordigd door een raadsman.
De voorzitter overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. Omdat de verzoeker geen bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit en ook geen beroep had ingesteld tegen het besluit op bezwaar, en dit redelijkerwijs aan hem kan worden verweten, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.