ECLI:NL:RBSHE:2008:BF7402
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding kosten bezwaar bij arbeidsongeschiktheidsuitkering onder LISV-beleid
Eiseres was sinds 15 januari 2001 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. Zij maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV over haar arbeidsongeschiktheidspercentage, waarbij de bezwaarprocedures ongegrond werden verklaard. De rechtbank verklaarde deze beroepen in 2007 gegrond en vernietigde de besluiten.
In de onderhavige procedure staat de vergoeding van de kosten in bezwaar centraal. Het primaire besluit dateert van vóór 12 maart 2002, waardoor de wettelijke grondslag voor kostenvergoeding ontbrak. Het UWV hanteert echter het LISV-beleid uit 2000, dat ruimer is dan de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en een dubbele redelijkheidstoets toepast.
De rechtbank oordeelt dat het LISV-beleid als buitenwettelijk begunstigend beleid moet worden gerespecteerd en dat het gehanteerde uurtarief van fl. 320,00 (€ 145,21) exclusief BTW niet ter discussie staat. De rechtbank vindt dat slechts de helft van de gedeclareerde uren toerekenbaar is aan het bezwaar tegen het primaire besluit van 22 november 2001. Het UWV moet daarom 4 uur en 24 minuten vergoeden tegen het genoemde tarief, vermeerderd met kantoorkosten en BTW.
Daarnaast is het UWV wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van betaling van de kosten op 29 juli 2003. De rechtbank veroordeelt het UWV tot vergoeding van € 161,94 aan resterende kosten, vermeerderd met rente, en tot terugbetaling van het griffierecht. Een proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de gemachtigde een familielid is.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van resterende kosten in bezwaar en wettelijke rente, conform het LISV-beleid.