ECLI:NL:RBSHE:2007:BA9363
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Kort geding
- J.H.W. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid hoofdaannemer en onderaannemer voor bedrijfsongeval met valletsel
Eiser, een zelfstandige zonder personeel met VCA-certificaat, liep ernstig letsel op door een val op een bouwplaats waar valbeveiliging was verwijderd. Hoofdaannemer Giesbers had de lijmwerkzaamheden in onderaanneming gegeven aan [gedaagde sub 1], die deze werkzaamheden coördineerde en samenwerkte met andere ZZP-ers, waaronder eiser.
Eiser stelde zowel Giesbers als [gedaagde sub 1] aansprakelijk op grond van artikel 7:658 lid 4 BW Pro, subsidiair onrechtmatige daad en andere wettelijke bepalingen. De gedaagden voerden verweer met onder meer het ontbreken van spoedeisend belang, eigen schuld en toepasselijkheid van de aansprakelijkheidsbeperkende overeenkomst.
De rechter oordeelde dat artikel 7:658 lid 4 BW Pro ruim moet worden toegepast en ook op deze situatie van toepassing is, waarbij Giesbers als hoofdaannemer en [gedaagde sub 1] als onderaannemer aansprakelijk zijn. De zorgplicht was geschonden, zoals blijkt uit het Ongevallenboeterapport van de Arbeidsinspectie. Bewuste roekeloosheid van eiser was onvoldoende aannemelijk.
Er werd een voorschot op de inkomensschade toegekend, maar de vordering tot voorschot op immateriële schadevergoeding en vernietiging van de aansprakelijkheidsbeperkende overeenkomst werd afgewezen. Proceskosten werden toegewezen aan eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Hoofdaannemer en onderaannemer worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van een voorschot op inkomensschade.