ECLI:NL:RBSHE:2003:AH9470
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegtermijn bij overname loonbetalingsverplichting na faillissement
Eiser, geboren in 1944 en werkzaam bij X BV, kreeg ontslag aangezegd met een opzegtermijn tot 8 november 2001. Na faillissement vroeg hij het UWV de loonbetalingsverplichting over te nemen vanaf 1 september 2001. Het UWV beperkte deze periode tot zes weken, conform artikel 64 WW Pro en artikel 40 Faillissementswet Pro.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 1 januari 1999 al ouder was dan 45 jaar en dat artikel XXI van de Flexwet op hem van toepassing is, waardoor een langere opzegtermijn geldt. De rechtbank oordeelt dat deze langere termijn doorwerkt in de fictieve opzegtermijn van artikel 64 WW Pro, ondanks het standpunt van het UWV en eerdere jurisprudentie.
Daarom vernietigt de rechtbank het besluit voor zover het bezwaar tegen de duur van de fictieve opzegtermijn betreft, en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze langere termijn. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed en wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en er wordt een nieuw besluit genomen met inachtneming van de langere opzegtermijn voor oudere werknemers.