ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4744
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor naheffingsaanslagen loonheffing bij terbeschikkingstelling arbeidskrachten uit Slovenië
Een in Slovenië gevestigde vennootschap stelde arbeidskrachten ter beschikking aan eiseres, die deze vervolgens aan Nederlandse afnemers leverde. De arbeidskrachten ontvingen hun loon van de Sloveense vennootschap. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen loonheffing op aan de Sloveense vennootschap, die onbetaald bleven. Omdat de vennootschap geen verhaal bood, stelde de Belastingdienst eiseres aansprakelijk voor deze naheffingsaanslagen.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslagen op grond van artikel 6 van Pro de Wet LB terecht aan de Sloveense vennootschap waren opgelegd, omdat zij een vaste inrichting in Nederland had. Echter, op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Slovenië was dit onterecht, omdat de arbeidskrachten minder dan 183 dagen in Nederland verbleven en het loon niet ten laste kwam van een vaste inrichting in Nederland. De lonen werden door de Sloveense vennootschap betaald en niet door of namens eiseres of haar afnemers.
De rechtbank concludeerde dat het heffingsrecht over de lonen aan Slovenië toekomt en dat de naheffingsaanslagen ten onrechte aan de Sloveense vennootschap zijn opgelegd. De aansprakelijkheid van eiseres werd daarom verminderd tot € 2.000. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De aansprakelijkheid van eiseres voor de naheffingsaanslagen loonheffing wordt verminderd tot € 2.000 en de uitspraak op bezwaar vernietigd.