ECLI:NL:RBSGR:2012:BY3512
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- J.M. van Kempen
- M.H. van Schaik
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting over winst uit verkoop onroerend goed
Eiser, enig aandeelhouder van meerdere BV's actief in onroerend goed, kocht in 1996 een pand van zijn eigen vennootschap voor een bedrag van ƒ 1.417.000 en verkocht dit in 1998 met aanzienlijke winst. Verweerder legde een navorderingsaanslag op omdat het verschil tussen aankoop- en verkoopprijs als belastbaar voordeel werd aangemerkt. Eiser betwistte de navorderingsaanslag en voerde aan dat de aankoopprijs te laag was vastgesteld, waardoor geen voordeel was behaald.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor een onzakelijke aankoopprijs. Documenten van de belastingdienst en een controlerapport gaven aan dat de koop- en verkoopprijzen marktconform waren. Ook het aangevoerde persbericht van een politieke partij bood onvoldoende bewijs voor een lagere waarde. De rechtbank concludeerde dat het behaalde voordeel van ƒ 893.718 terecht als andere inkomsten uit arbeid is belast volgens artikel 22 Wet Pro IB 1964.
Verder oordeelde de rechtbank dat de overige geschilpunten, waaronder vermeende verkapte dividenduitdelingen en giftenaftrek, niet tot een lagere aanslag konden leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 11 juli 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.