ECLI:NL:RBSGR:2011:BW5788
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen
Eisers, een vrouw van Salvadoraanse nationaliteit en haar minderjarige zoon, vorderden verstrekkingen op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva). Verweerder wees hun verzoeken af omdat zij niet tot de in de regeling genoemde categorieën behoren.
Eisers voerden aan dat zij recht hadden op opvang en voorzieningen, ook zonder asielzoekersstatus, en verwezen naar eerdere jurisprudentie en mensenrechtenverdragen. De rechtbank oordeelde echter dat deze jurisprudentie niet vergelijkbaar is met hun situatie en dat verweerder geen algemene opvangplicht heeft jegens vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat eisers inmiddels rechtmatig verblijf genieten en dat hun zoon de Nederlandse nationaliteit bezit, waardoor aanspraken op grond van de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing zijn. Het beroep op bijzondere omstandigheden werd verworpen omdat deze niet voldoende onderbouwd waren.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en dat de eisers procesbelang hebben, maar dat hun beroepen ongegrond zijn. Er werden geen proceskosten toegewezen en partijen kunnen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wees de beroepen af en bevestigde de afwijzing van verstrekkingen op grond van de Rva wegens ontbreken van toepasselijkheid en bijzondere omstandigheden.