ECLI:NL:RBSGR:2011:BV3576
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding na opzegging huurovereenkomst door curator wegens geen boedelschuld
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een geschil over een schadevergoeding van €24.000,- aan een verhuurder na het einde van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte, opgezegd door de curator van de failliete huurder, een BV. De curator betwistte dat deze schade een boedelschuld vormt, omdat de schade al tijdens de huurperiode was ontstaan.
De kantonrechter stelde vast dat de schade aan het gehuurde was veroorzaakt tijdens de huurperiode en dat de huurder op grond van de huurovereenkomst verplicht was de schade tijdig te herstellen. De schadevergoeding vloeit niet voort uit de opzegging door de curator, maar uit de verplichtingen die al tijdens de huurperiode bestonden.
De rechtbank verwees naar het Circle Plastics arrest van de Hoge Raad, waarin werd geoordeeld dat een verplichting die ontstaat door een rechtshandeling van de curator als boedelschuld geldt. In deze zaak was dat niet het geval, omdat de schadeverplichting al bestond vóór de opzegging.
Daarom werd de vordering van de verhuurder afgewezen en werd deze veroordeeld in de proceskosten. De schadevergoeding is als concurrente vordering aan te merken en niet als boedelschuld.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding van €24.000,- wordt afgewezen omdat deze geen boedelschuld vormt.