ECLI:NL:RBSGR:2011:BV2892
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- R.C.H.M. Lips
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Weigering fiscale eenheid met Nederlandse kleindochter via buitenlandse tussenhoudster niet in strijd met vrijheid van vestiging
Eiseres, een Nederlandse houdstermaatschappij, verzocht om een fiscale eenheid te vormen met twee Nederlandse kleindochtervennootschappen, die middellijk werden gehouden via Spaanse en Griekse tussenhoudsters. Verweerder weigerde dit verzoek en handhaafde die weigering na bezwaar. Eiseres stelde dat deze weigering in strijd was met de vrijheid van vestiging zoals vastgelegd in artikel 49 VWEU Pro, en verwees naar het arrest Papillon.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse wetgeving inzake fiscale eenheid vereist dat tussenhoudsters deel uitmaken van de fiscale eenheid en in Nederland gevestigd moeten zijn. Hierdoor ontstaat een ongelijke behandeling tussen situaties met binnenlandse en buitenlandse tussenhoudsters. De rechtbank erkende dat dit een beperking vormt van de vrijheid van vestiging.
Desalniettemin oordeelde de rechtbank dat deze beperking gerechtvaardigd is door belangrijke algemene belangen, zoals het voorkomen van bilaterale dubbele verliesverrekening, het behoud van fiscale coherentie en het tegengaan van belastingontwijking. De maatregel om de fiscale eenheid te weigeren is geschikt en evenredig om deze doelen te bereiken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de fiscale eenheid bevestigd.