ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9235
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse ondernemer wegens onvoldoende wezenlijk Nederlands belang
Eiser, een Turkse onderdaan, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om als zelfstandige te werken. Na eerdere afwijzing en bezwaar volgde een nieuw besluit dat eveneens afwijzend was. De rechtbank beoordeelde of sprake was van een relevante wijziging van het recht en concludeerde dat het criterium voor het dienen van een wezenlijk Nederlands belang volgens het beleid van 1973 nog steeds geldt, waarbij de feitelijke economische situatie en werkgelegenheidseffecten centraal staan.
Het advies van Agentschap NL, namens de Minister van EL&I, wees uit dat eiser onvoldoende gegevens had verstrekt, zoals een onderbouwd ondernemingsplan, concurrentieanalyse en financiële onderbouwing, om aannemelijk te maken dat zijn bedrijfsactiviteiten in een behoefte voorzien en geen negatieve invloed hebben op de markt of werkgelegenheid. Eiser heeft geen zienswijze ingediend op het advies en geen aanvullende stukken overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het advies als deskundigenadvies onpartijdig en objectief was en dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde. Het standpunt van eiser dat hij niet wist welke stukken vereist waren, werd verworpen omdat de relevante beleidsregels en vereisten bekend waren. Ook werd geoordeeld dat het horen van eiser niet verplicht was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning als zelfstandige wordt ongegrond verklaard.