ECLI:NL:RVS:2009:BH6992
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning partner wegens schending hoorplicht
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De vreemdeling stelde in bezwaar dat de staatssecretaris onterecht had afgezien van het horen in bezwaar, terwijl zij een beroep deed op het gelijkheidsbeginsel en verwees naar vergelijkbare dossiers.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de voorzieningenrechter buiten de grenzen van het geschil was getreden door het vrij verkeer van goederen te betrekken zonder dat dit door de vreemdeling was aangevoerd.
De Raad stelde vast dat de staatssecretaris ten onrechte had afgezien van het horen in bezwaar, omdat er redelijkerwijs twijfel bestond of het bezwaar tot een andersluidend besluit kon leiden. Tevens had de vreemdeling niet de mogelijkheid gekregen om te reageren op het nieuwe standpunt van de staatssecretaris.
Daarom werd het besluit van 7 februari 2008 vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.