ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9226
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring grensdetentie op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet 2000 en toepassing Terugkeerrichtlijn
Eiser werd op 30 april 2011 de toegang tot Nederland geweigerd en direct onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Na het verstrijken van zes maanden stelde eiser beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en vorderde opheffing en schadevergoeding.
Verweerder betoogde dat artikel 15 van Pro de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing zou zijn op grensdetentie, maar de rechtbank verwierp dit standpunt. De rechtbank stelde vast dat de Terugkeerrichtlijn, inclusief artikel 15, mede op grensdetentie van toepassing is, tenzij lidstaten dit expliciet uitsluiten, wat hier niet het geval was.
De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en oordeelde dat voortzetting van de maatregel na zes maanden slechts mogelijk is op grond van de in artikel 15 zesde Pro lid genoemde gronden. Hoewel verweerder geen formeel verlengingsbesluit hoefde te nemen, moest hij wel telkens afwegen of voortzetting gerechtvaardigd bleef. Verweerder had dit gedaan en verwees naar het niet meewerken van eiser aan zijn vertrek, wat de rechtbank als voldoende grond achtte.
De belangenafweging viel mede gelet op het grensbewakingsbelang niet ten gunste van eiser uit. De rechtbank concludeerde dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd was met de wet en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de grensdetentie is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.