ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7724
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit wegens strijd met Terugkeerrichtlijn
Verzoeker ontving op 12 oktober 2011 een terugkeerbesluit waarin hem werd opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. Hij maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om opschorting van het besluit totdat het bezwaar was behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat het terugkeerbesluit niet in overeenstemming was met artikel 7, eerste en vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn omdat verweerder geen passende termijn voor vrijwillig vertrek had toegekend.
De rechtbank stelde vast dat de nationale wetgeving geen wettelijke grondslag biedt om alleen op aanvraag van de vreemdeling een vertrektermijn toe te kennen, terwijl de Terugkeerrichtlijn vereist dat lidstaten betrokkenen informeren over het recht op een verzoek tot zo'n termijn. Verweerder had niet aangetoond dat verzoeker hierover was geïnformeerd.
Verder concludeerde de voorzieningenrechter dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en dat het spoedeisende belang aanwezig is omdat verzoeker in vreemdelingenbewaring verbleef. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en verweerder veroordeeld tot het toekennen van een vertrektermijn van zeven dagen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en beveelt het toekennen van een passende vertrektermijn van zeven dagen.