ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5184
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid bezwaar tegen aanslag inkomstenbelasting 2002 wegens onjuiste bekendmaking
Eiser woonde van 2001 tot 2002 in Nederland en daarna tot 2007 in het Verenigd Koninkrijk, waarna hij terugkeerde naar Nederland. In 2005 legde de Belastingdienst een ambtshalve aanslag IB/PVV 2002 op, die werd verzonden naar een in het Verenigd Koninkrijk gelegen adres waar eiser niet meer woonde. Eiser maakte in 2010 bezwaar tegen deze aanslag, maar dit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag niet op de juiste wijze bekend is gemaakt omdat het aanslagbiljet eiser niet heeft bereikt. Het niet doorgeven van adreswijzigingen binnen het Verenigd Koninkrijk kan eiser niet worden verweten, omdat hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij ervan uitging niet meer onderworpen te zijn aan Nederlandse belastingheffing in 2002. De bezwaartermijn is daarom niet aangevangen.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, verklaart het bezwaar ontvankelijk en wijst de zaak terug naar verweerder om het bezwaar opnieuw en in volle omvang te behandelen, inclusief de aanslagen premie ZFW en premie WAZ 2002 en de verzuimboete. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 is ontvankelijk verklaard en de zaak is terugverwezen naar de Belastingdienst voor hernieuwde behandeling.