ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- J.P.F. Slijpen
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke kwalificatie erfpachtconstructie en vernietiging vergrijpboete
Eiser verkocht de grond rondom zijn woning aan een bankdochter, die vervolgens een erfpachtrecht en opstalrecht aan eiser verleende. Eiser betaalde hoge erfpachtcanons die hij aftrok in zijn belastingaangifte. De rechtbank oordeelt dat de constructie fiscaal moet worden gekwalificeerd als een geldlening, waarbij de koopprijs als geldsom wordt gezien en de erfpachtcanons deels aflossing en deels rente zijn. De aflossingen zijn niet aftrekbaar, de rente alleen voor zover aangewend voor de eigen woning.
Verweerder had een vergrijpboete opgelegd wegens het onjuist aftrekken van erfpachtcanons. De rechtbank vernietigt deze boete omdat eiser zich had laten adviseren door deskundigen en niet willens en wetens de aanmerkelijke kans had aanvaard dat de aangifte onjuist was. Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de boetebeschikking vernietigd.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over schadevergoeding. Het arrest benadrukt het belang van een zelfstandige fiscale kwalificatie bij complexe transacties die fiscaal voordeel beogen.
Uitkomst: De rechtbank kwalificeert de erfpachtconstructie als een geldlening, vermindert de aanslag en vernietigt de vergrijpboete wegens gebrek aan voorwaardelijk opzet.