ECLI:NL:RBSGR:2011:BR7035
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging voorlopig verblijf
Eiser, een Angolese staatsburger die sinds 1999 in Nederland verblijft, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van gezinsleven. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser stelde dat het Unierecht en het EVRM hem rechten verleenden die vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigen.
De rechtbank overwoog dat het Unierecht niet van toepassing is omdat de situatie een zuiver interne situatie betreft; de kinderen en ex-partner van eiser zijn Nederlandse staatsburgers en kunnen in Nederland verblijven. Het recht op gezinsleven en persoonlijke betrekkingen uit het Handvest van de EU behoren niet tot de belangrijkste aan het Unieburgerschap ontleende rechten in deze context.
Verder concludeerde de rechtbank dat de weigering van de verblijfsvergunning geen onbillijkheid van overwegende aard oplevert en niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. De belangenafweging wees uit dat het algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder weegt dan het belang van eiser, mede gelet op zijn strafrechtelijke verleden en het feit dat hij geen geldige verblijfstitel had. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.