ECLI:NL:RBSGR:2011:BR4037
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- G. van Zeben-de Vries
- R.C.H.M. Lips
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over pensioenuitkeringen van voormalig lid Europees Parlement volgens Nederlands-Belgische belastingverdrag
De erflater was lid van het Europees Parlement en nam deel aan een aanvullend pensioenfonds. De inspecteur verhoogde het aangegeven inkomen uit werk en woning voor 2005 en 2006 met correcties gebaseerd op het verschil tussen ontvangen uitkeringen en betaalde bijdragen. De erfgenamen maakten bezwaar tegen deze correcties.
De rechtbank oordeelde dat de uitkeringen niet tot het inkomen uit sparen en beleggen behoren en dat de waarde van de prestatie niet gelijk is aan de economische waarde van het recht op uitkeringen per 1 september 1999. Tevens werd geoordeeld dat de niet in de belastingheffing betrokken bijdrage van het Europees Parlement voor 1996 wel deel uitmaakt van de waarde van de tegenprestatie. De uitkeringen zijn aan te merken als lijfrenten die volgens het Nederlands-Belgische belastingverdrag 2001 uitsluitend in Nederland belastbaar zijn.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar, en verminderde de aanslagen 2005 en 2006 tot lagere bedragen conform de aangiften. Tevens werden de proceskosten toegewezen aan de eisers.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en vermindert de aanslagen 2005 en 2006 tot lagere bedragen conform de aangiften.