ECLI:NL:RBSGR:2011:BR1310
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van reëel risico in Afghanistan
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na eerdere afwijzing en een gegrond verklaard beroep in eerste aanleg, vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak het vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde beoordeling van nieuwe feiten en omstandigheden.
De rechtbank beoordeelde of de verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan, en met name in Kabul, aanleiding gaf tot het toekennen van een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn. Hoewel de situatie in Afghanistan verslechterd is, bleek uit de stukken en ambtsberichten dat Kabul relatief stabiel bleef en niet voldeed aan de criteria voor subsidiaire bescherming.
Eiser voerde ook aan dat hij vreest voor eerwraak en geen sociaal netwerk meer heeft in Afghanistan, maar deze gronden werden niet als novum erkend en onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen nieuwe rechtvaardiging boden om het eerdere besluit te herzien.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een verblijfsvergunning af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.