ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6165
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.C. Punt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering vernietiging arbitrale vonnissen in geschil over Rapier raketafweersystemen contracten
Tussen BAe en Modsaf bestond een langdurig contractueel geschil over diverse overeenkomsten betreffende ontwerp, fabricage en onderhoud van Rapier raketafweersystemen. Na ontbinding van contracten in 1979 ontstonden meerdere arbitrale procedures die leidden tot diverse partiële en een eindarbitraal vonnis.
BAe vorderde vernietiging van het vierde partiële arbitrale vonnis (4PFA) en het eindarbitraal vonnis (FA) op meerdere gronden, waaronder gebrekkige motivering, buiten de opdracht treden van het scheidsgerecht, en strijd met sancties van de VN en EU. De rechtbank heeft deze bezwaren uitgebreid getoetst, waarbij onder meer de motivering van het scheidsgerecht, de gehanteerde globale benadering bij waardering van disposals, en de toepassing van verjaringsregels aan bod kwamen.
De rechtbank oordeelde dat het scheidsgerecht niet buiten zijn opdracht was getreden, de motivering voldoende was en dat de vorderingen van BAe op alle punten faalden. Ook het beroep op sanctieregelingen werd verworpen omdat het arbitraal vonnis geen feitelijke betaling aan Modsaf bewerkstelligde. De kosten van de procedure werden aan BAe opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van BAe tot vernietiging van de arbitrale vonnissen af en veroordeelt BAe in de proceskosten.