ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5620
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- R.C.H.M. Lips
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Tegemoetkoming voor Braziliaanse tax sparing credit bij fiscale beleggingsinstelling
Eiseres, een in Nederland gevestigde fiscale beleggingsinstelling (FBI), verzocht om een tegemoetkoming voor buitenlandse door inhouding geheven belasting over het jaar 2005, inclusief een bedrag aan Braziliaanse tax sparing credit. De inspecteur verleende aanvankelijk geen tegemoetkoming voor deze fictieve bronbelasting. Eiseres stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank onderzocht of de Braziliaanse tax sparing credit, die op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Brazilië als betaalde belasting wordt beschouwd, valt onder de definitie van 'door inhouding geheven belasting' zoals bedoeld in artikel 28, lid 1, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting en artikel 6 van Pro het Besluit Belegginginstellingen. De rechtbank concludeerde dat ondanks het feit dat de tax sparing credit een fictieve belasting betreft, deze moet worden erkend als een door inhouding geheven belasting vanwege de doelstelling van de wetgeving om fiscale beleggingsinstellingen gelijk te behandelen met directe beleggers.
De rechtbank verwierp het standpunt van de inspecteur dat alleen daadwerkelijk ingehouden belasting in aanmerking komt en legde meer gewicht in de schaal bij de doel en strekking van de wettelijke bepalingen en het belastingverdrag. De uitspraak vernietigde de eerdere beslissing op bezwaar, stelde de tegemoetkoming vast op €14.558.740 inclusief de tax sparing credit en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en stelt de tegemoetkoming inclusief de Braziliaanse tax sparing credit vast op €14.558.740.